Buitengerechtelijke incassokosten en het begrip ‘kosten’ ex artikel 6:44 BW

Op 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad middels beantwoording van een viertal prejudiciële vragen duidelijkheid gegeven over het begrip ‘incassokosten’. Ook heeft de Hoge Raad daarbij duidelijkheid gegeven over de hoogte van de incassokosten bij business-to-business (B2B) relaties, althans over de vraag of een rechter bevoegd is om de bedongen buitengerechtelijke incassokosten te matigen in een dergelijke B2B-relatie.   

Buitengerechtelijke incassokosten en ‘kosten’ in de zin van artikel 6:44 BW

Artikel 6:44 lid 1 BW bepaalt dat betaling van een op een bepaalde verbintenis toe te rekenen geldsom in mindering strekt van eerst de kosten, dan de verschenen rente en daarna de hoofdsom en de lopende rente.

Onderhavige (prejudiciële) vraag aan de Hoge Raad stelt aan de orde of de buitengerechtelijke incassokosten vallen onder het begrip ‘kosten’ in deze bepaling.

De Hoge Raad overweegt dat de buitengerechtelijke incassokosten vallen onder het begrip “kosten” in de zin van artikel 6:44 BW. Dit betekent dat de schuldeiser aanspraak heeft op de rente over het openstaande gedeelte van de hoofdsom totdat dit gedeelte volledig is voldaan. Aan dit belang van de schuldeiser komt meer gewicht toe dan aan het belang van de niet tijdig betalende schuldenaar, aldus de Hoge Raad.

Matiging buitengerechtelijke incassokosten door de rechter

De overige aan de Hoge Raad gestelde (prejudiciële) vragen hebben betrekking op de bevoegdheid van de rechter om de bedongen buitengerechtelijke incassokosten ambtshalve te matigen (artikel 242 Rv).

De Hoge Raad oordeelt dat een rechter de bedongen buitengerechtelijke incassokosten in B2B-relaties kan matigen. De rechter dient de toepassing van de matigingsbevoegdheid wel te motiveren.

Voor wat betreft de vraag in hoeverre de bedongen buitengerechtelijke incassokosten voor matiging in aanmerking komen wordt aansluiting gezocht bij de Wet normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (Stb. 2012/140) en het bijbehorende BIK Besluit, ter zake vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

Volgens die regeling geschiedt de normering van buitengerechtelijke incassokosten aan de hand van een forfaitair percentage dat uitsluitend is gerelateerd aan de hoogte van de verschuldigde hoofdsom, en niet aan de aard en omvang van de verrichte incassowerkzaamheden. De rechter kan het bedrag aan (bedongen) buitengerechtelijke incassokosten matigen tot het bedrag dat op grond van voornoemde regeling betaald zou moeten worden indien niet wordt gesteld en bij betwisting aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke kosten hoger zijn dan dat bedrag.

Orange Tree Incasso Advocaten en Strong De Boer Advocaten te Breda | buitengerechtelijke incassokosten

Onze advocaten hebben een ruime ervaring op met het vorderen van en het verweren tegen buitengerechtelijke incassokosten. Voor vragen kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen.